Mijn coming-out, in de jaren 70 van de vorige eeuw, bracht mij ertoe dat ik een zelfmoordpoging ondernam om mijn leven te beëindigen.

Na jarenlange vernederingen thuis, door met name mijn vader, trok ik het niet meer. Dat ik het thuisfront had verteld dat ik op jongens viel, was voor mij het begin van een hel.

Nergens kon ik heen met mijn gevoelens, met niemand kon ik praten. Zielsgelukkig was ik als ik bij andere homovrienden was. Hier kon ik mijzelf zijn. Hoefde geen ‘toneel’ te spelen. Niemand die mij vroeg: “wanneer ga jij nou eens trouwen?” want dit was voor mij niet weggelegd. Dit was voor niemand die homoseksueel was weggelegd. (Die strijd eindigde op 1 april 2001 met het openstellen van het burgerlijk huwelijk)

Van mijn vader moest ik naar de LTS. Dat ik andere ambities had, daar werd geen rekening mee gehouden. Drie jaar doffe ellende. En dus hele slechte cijfers. Om van mij af te zijn, is mij toen maar een diploma gegeven. Hierna ging de hel gewoon verder. Ik moest van mijn vader naar HEMAF, hier was een leerling werkplaats voor schoolverlaters. Lang heb ik hier niet ‘gewerkt’. Wat moest ik immers in zo’n machowereld met mannen die voortdurend over vrouwen(seks) spraken. Steeds weer moest ik toneel spelen en leugens vertellen.

Ik hield dit domweg niet meer vol. Van mijn huisarts had ik valium gekregen om ‘tot rust’ te komen. De verleiding was te groot en heb toen het potje valium ineens ingenomen.

Ik werd wakker in het ziekenhuis. Hier kreeg ik te horen van de behandelend arts dat men mij naar Raalte wilde sturen. Geen idee wat Raalte was, wat het inhield. Maar in Raalte zou ik binnen een paar weken van ‘mijn problemen’ af zijn. Geen idee wat mijn probleem was. Daarvoor was het ziekenhuis niet toereikend. Eenmaal in Raalte, mei 1974, kreeg ik van medepatiënten te horen waar ik beland was en dat ik met een Rechtelijke Machtiging was opgenomen. Pas maanden later wist ik wat een Rechtelijke Machtiging inhield. Maar ja, toen was het al te laat.

Vlak na mijn opname in Raalte (psychiatrisch ziekenhuis Franciscushof) kreeg ik bezoek van een man. Geen idee wie dit was. Omdat ik onder de medicijnen zat, had ik vreselijke last van bijwerkingen van de medicijnen. Met name veel kramp in mijn kaak. Praten werd mij hierdoor heel moeilijk gemaakt. De man die tegenover mij zat had een grote map voor zich. Op deze map stond in hele grote letters KRANKZINNIG. Van het gesprek weet ik niet zoveel meer. Volgens mij moest de man een vreemde indruk van mij krijgen, immers mijn kaak vloog alle kanten op en praten ging hierdoor moeizaam.

Van de medicatie die ik moest slikken kreeg ik vele bijwerkingen. Behalve krampen in mijn kaak, ook epileptische aanvallen. Omdat ik mij realiseerde waar ik mij bevond, wilde ik weg. Immers ik hoorde niet thuis tussen deze geesteszieken, mensen die psychotisch waren, drugs- en alcoholverslaafden, enzovoort. Ondanks dat ik op een gesloten afdeling zat lukte het me om de benen te nemen. Lang kon ik niet van mijn vrijheid genieten. De politie pakte mij weer op en bracht mij terug naar de instelling. Dit gedrag werd afgestraft met de isoleercel. Ik herinner mij dat ik spiernaakt, gebonden aan enkels en polsen, kreeg te horen dat men elektroshocktherapie wilde doen om mij ‘van mijn homofilie’ af te helpen. De homofilie was in hun ogen de bron van alle ellende. Gelukkig, in mijn geval, heeft de elektrotherapie nooit plaats gevonden. In de isoleer heb ik hierna nog regelmatig gelegen. Mijn geaardheid was zeker een item in Franciscushof. Ik kreeg er ook steeds opmerkingen over van personeel: loop gewoon, doe normaal… En opmerkingen over mijn behaarde armen: alleen echte mannen hebben zo veel haar. Ik ben seksueel vernederd.

De Rechtelijke Machtiging werd na een half jaar automatisch verlengd, hierna nog een keer. Hiervan werd ik niet op de hoogte gesteld. Een rechter kreeg mij niet te spreken. Achteraf werd me van de verlenging meegedeeld. In december 1975 liep de Rechtelijke Machtiging af en was ik eindelijk ‘vrij mens’. Maar omdat ik zo gehospitaliseerd was, kon ik mijn draai na mijn ontslag niet vinden. In mijn hoofd was ik nog steeds gevangen.

Als je het verloop van de aanvraag en verlenen tot een Rechtelijke machtiging beziet, dan is er veel fout gegaan. De medische verklaring die werd opgesteld door een arts die mij even had gezien. (de man met de map met grote letters KRANKZINNIG)

Het Franciscushof in Raalte was een erkend krankzinnigengesticht waar men met een Rechtelijke Machtiging werd opgenomen. In mijn geval is er nooit een rechter aan te pas gekomen. Althans, ik heb in die twee jaar nooit een rechter gezien of gesproken. Dat gold ook voor de rechter(s) die de RM ondertekenden.

Elders op deze site het dossier van de rechtbank hoe de rechtelijke machtiging is verleend.

Ben J. Meijer Hof,

Enschede.

ps. in mijn boek kom uitgebreid terug op bovenstaande.